Onderzoek

Fundamenteel onderzoek en toegepast onderzoek.

Het begrijpen van de fundamentele concepten van onderzoek is van cruciaal belang. Eén van de meest essentiële keuzes die je als onderzoeker moet maken is het bepalen van de aard van je onderzoek: fundamenteel onderzoek of toegepast onderzoek.

Wat is het doel van fundamenteel onderzoek?

Fundamenteel onderzoek, ook wel bekend als basisonderzoek of zuiver onderzoek, heeft als hoofddoel het vergroten van onze fundamentele kennis en begrip van de wereld om ons heen. Dit type onderzoek is vaak nieuwsgierigheidsgedreven en richt zich op het beantwoorden van abstracte vragen over hoe dingen werken, waarom bepaalde fenomenen optreden en wat de onderliggende principes zijn.

Het doel van fundamenteel onderzoek is dus niet gericht op het oplossen van praktische problemen of het ontwikkelen van bruikbare toepassingen. In plaats daarvan draait het om het leggen van de bouwstenen voor verdere ontdekkingen en innovaties. Denk aan onderzoek naar de fundamentele eigenschappen van materie, de oorsprong van het universum of de werking van het menselijke brein. Dit soort onderzoek vormt de basis voor vooruitgang op lange termijn en kan uiteindelijk leiden tot onverwachte doorbraken in diverse disciplines.

Wat is het doel van toegepast onderzoek?

Toegepast onderzoek, zoals de naam al aangeeft, heeft een indirectere praktische toepassing. Het concentreert zich op het aanpakken van specifieke problemen en het ontwikkelen van oplossingen voor reële situaties. Het primaire doel is om kennis om te zetten in bruikbare resultaten die de kwaliteit van leven kunnen verbeteren, processen kunnen optimaliseren of maatschappelijke uitdagingen kunnen aanpakken.

In tegenstelling tot fundamenteel onderzoek gaat toegepast onderzoek over het vinden van concrete antwoorden en het ontwikkelen van praktische toepassingen. Dit type onderzoek is vaak nauw verbonden met industrieën, technologieën en maatschappelijke behoeften. Denk aan onderzoek naar nieuwe medische behandelingen, milieuvriendelijke energiebronnen of efficiëntere productieprocessen.

Het verschil tussen fundamenteel onderzoek en toegepast onderzoek.

Het belangrijkste onderscheid tussen fundamenteel onderzoek en toegepast onderzoek ligt in hun doelen en focus. Fundamenteel onderzoek streeft naar het vergroten van kennis en begrip zonder directe praktische toepassing, terwijl toegepast onderzoek zich richt op het oplossen van specifieke problemen en het creëren van bruikbare oplossingen. Een ander verschil is de tijdshorizon: fundamenteel onderzoek kan zich richten op langetermijnimplicaties, terwijl toegepast onderzoek vaak gericht is op directe of kortetermijnresulten.

Het gebruik van het volledige potencieel.

De westerse wetenschap is gebaseerd op het Rationalisme en het materialisme. Westerse wetenschappers maken alleen gebruik van hun rationele en materiële vermogens en geen enkel gebruik van hun affectieve en spirituele vermogens. Dat betekent dat westerse wetenschappers geen van allen gebruik maken van hun volledige potencieel en daarom bestaan er tot op de dag van vandaag mysteriën, fenomenen en aandoeningen die wetenschappers voor raadsels plaatst.

Wat zijn die vier verschillende vermogens?

Rationele vermogens: verstandig, rationeel, logisch en analytisch denken
Materiële vermogens: de creatie en het gebruik van technologie, zoals b.v. meetapparatuur die wetenschappers kunnen gebruiken bij hun methoden van onderzoek
Affectieve vermogens: ruimtelijk voelen (happerceptieve sensitiviteit) en aanraken (psycho-tactiel-contact)
Spirituele vermogens: meditatie, contemplatie en introspectie.

Alleen mensen die hun affectieve-, spirituele-, rationele- en materiële vermogens optimaal hebben ontwikkeld en naadloos met elkaar hebben verweven maken gebruik van hun volledige potencieel.

De ontwikkeling en het gebruik van het volledige potencieel is een absolute voorwaarde om praktisch onderzoek te verrichten naar de essentie van de menselijke affectiviteit en de menselijke spiritualiteit (het functioneren van de Menselijke Geest).

De Happerceptieve Participerende Observatie (HPO).

De huidige methoden van onderzoek waar de universitaire wereld gebruik van maakt zijn niet geschikt om onderzoek mee te verrichten naar de menselijke affectiviteit en de menselijke spiritualiteit (het functioneren van de Menselijke Geest).

Daarom heb ik een unieke praktische methode van onderzoek ontwikkeld.
Door mijn Happerceptieve Sensitieve vermogen uit de Haptonomie te verbinden met de onderzoeksmethode van de culturele antropologie – de participerende observatie – is een unieke innovatieve methode van onderzoek ontstaan: de Happerceptieve Participerende Observatie (HPO).
Door deze unieke en innovatieve praktische methode van onderzoek heb ik stapje voor stapje de werking en wetmatigheden van de Menselijke Geest kunnen voelen en daardoor de wetenschap van de affectiviteit verder kunnen ontwikkelen.

Deze optimale Happerceptieve Sensitiviteit is, voor iedereen die daar voor kiest, op een volstrekt natuurlijke manier (weer) te ontwikkelen door vaak alleen in de natuur te mediteren en te contempleren waardoor het zenuwstelsel op een natuurlijke manier zo gezond en sensitief wordt dat de mens daardoor béwust ruimtelijk kan voelen, met of zonder tactiel contact.

Frans Veldman sr. – de grondlegger van de authentieke Haptonomie – zegt in zijn Magnum Opus het volgende over de Happerceptieve Sensitiviteit: ‘De volle ontplooiing van de affectieve happerceptieve vermogens impliceert per se en per definitie een goede psychische gezondheid en openbaart een harmonisch psychisch welzijn’.

 

 Onafhankelijk Onderzoek

Home