Hoofdstuk 1

Haptonomie – de wetenschap van de affectiviteit

‘De ratio heeft het Westen de afgelopen eeuwen natuurlijk enorme vooruitgang opgeleverd, maar dreigt nu met ons aan de haal te gaan’.
* Tatiana Scheltema. Bron: Perverse Prikkels.

‘Wij hebben een subjectief gevoel en de effectieve wetenschap loopt tegen haar grenzen aan omdat de wetenschap als enige bron van objectieve kennis niets kan zeggen over het subjectieve gevoelsleven’.
* dr. Herman de Regt. Wetenschapsfilosoof aan Tilburg University.

‘Het is soms een enorme opluchting om met z’n allen vast te stellen dat we het eigenlijk niet begrijpen’.
* Prof. dr. Robbert Dijkgraaf, Director and Leon Levy Professor at the Institute for Advanced Study in Princeton, New Jersey and President of the InterAcademy Partnership, the global network of academies of science and health. Programma kijken in de Ziel.

‘Is er nog iets gaande dat onze wetenschap niet kan verklaren en dat het leven uniek maakt? Dát is de grote vraag!’
* George Whitesides. Professor of Chemistry at Harvard University. Programma The Mind of the Universe.

‘Ook al geniet ik van mijn werk, en weten anderen het te waarderen, ik realiseer me dat mijn ontdekkingen maar een klein stapje vormen in de queeste naar inzicht in de meest complexe entiteit in het hele universum: de menselijke geest’.
* Prof. dr. Eric Kandel. Professor aan Columbia University en directeur van het Kavli-instituut voor hersenonderzoek.

‘De deskundigen snappen er geen bal meer van. Deze nieuwe wereld vereist andere paradigma’s, andere denkmodellen en een andere benadering. En dus ook andere deskundigheden en deskundigen’.
* Jaap Jan Brouwer. Organisatieadviseur.

‘Wij denken en voelen met dezelfde hersenen’. – ‘De gedachte dat subjectieve ervaringen niet wetenschappelijk onderzocht kunnen worden, is onzin’.
* Prof. dr. Antonio Damasio. Hoogleraar neurowetenschappen aan de universiteit van  Zuid-California en hoogleraar neurologie aan de universiteit van Iowa.

‘We noemen ons Homo Sapiens, de denkende mens. Klopt niet. We zijn voelende wezens, die ook denken’.
* Dr. Jill Bolte Taylor. Neuroanatomist verbonden aan de Indiana University School of Medicine en spreekbuis voor het Harvard Brain Tissue Resource Center.

‘We beschikken over een hoogontwikkeld gevoel oftewel zesde zintuig voor de signalen om ons heen’.
* Prof. dr. Shane O’Mara. Professor of Experimental Brain Research aan het Trinidy College Institute of Neurosceince in Dublin.

 

De Haptonomie – de wetenschap van de affectiviteit – wordt door de grondlegger van de Haptonomie, Frans Veldman sr. (Vlissingen, 6 september 1921 – Oms, 25 januari 2010) als volgt gedefinieerd: Haptonomie (Grieks hapto: de tast, het gevoel, de gevoelsbelevingen; nomos: wet, regel, norm). Wetenschap van het affectieve leven, van de menselijke liefde die de fenomenen, eigen aan de affectieve contacten in menselijke relaties, bestudeert. Haar toepassingen betreffen het gehele leven, vanaf de conceptie tot de dood. Het ondersteunen en stimuleren van de menselijke waardigheid, de menselijke liefde en het menselijke levensgeluk vertegenwoordigen het essentiële doel van de Haptonomie.

Frans Veldmen sr. zegt in zijn Magnum Opus – ‘Levenslust & Levenskunst’ – het volgende over de Haptonomie: ‘De Haptonomie is een eigentijdse ontwikkeling binnen de menswetenschappen die op een duidelijke wijze haar plaats inneemt en bedacht is op de toekomst van de mensheid. Zij plaatst zich aan de wortel – de bestaansgrond – van het menselijke Zijn waar zij de voedende elementen aandraagt die de affectieve vermogens van een mens (weer) tot ontplooiing kunnen brengen.’
De Haptonomie representeert geen specifieke methode, techniek, model, doctrine en zij is zeker geen ‘heilsleer’. Evenmin representeert zij met haar toepassingsmethoden een ‘alternatieve’ vorm van genees- of behandelwijzen of behoort zij tot de zogenoemde ‘zachte’ sector in de hulpverlening. Integendeel!
De Haptonomie is een concrete menswetenschap waarin alles controleerbaar, verifieerbaar en reproduceerbaar is. De Haptonomie appelleert in haar mensbenadering aan menselijke affectieve vermogens die onder invloed van deze effectieve maatschappij zijn uitgedoofd of zelfs niet eens tot ontwikkeling zijn gekomen. Affectieve vermogens die ieder mens in de kiem zijn gegeven, maar die een zinvol aanbod van bevestigende affectieve stimuli nodig hebben om tot ontplooiing te komen.
De Haptonomie wijst de weg naar het tot ontwikkeling brengen van deze affectieve vermogens om er vrij over te kunnen beschikken en ze te integreren in het individuele leven.

Dat alles in de Haptonomie controleerbaar, verifieerbaar en reproduceerbaar is, kan alleen worden gevoeld en rationeel worden begrepen indien men zijn Happerceptieve Sensitiviteit optimaal heeft ontwikkeld en heeft weten te integreren in zijn persoonlijke Mens-Zijn alsmede in het specifieke beroep zoals die van onder andere: arts, psycholoog, docent, therapeut, verpleegkundige, verloskundige, maatschappelijk werker, enz.

Onder Happerceptieve Sensitiviteit verstaan we het volgende: de Happerceptieve Sensitiviteit is het natuurlijke menselijke vermogen om ruimtelijk voelend in de wereld te leven, met of zonder tactiel contact.
Veldman schrijft in zijn boek Haptonomie (blz. 130): de volle ontplooiing van het affectieve happerceptieve vermogen impliceert per se en per definitie een goede psychische gezondheid en openbaart een harmonisch psychisch welzijn.
De meeste mensen in onze strikt rationeel-effectieve wereld leven onbewust ruimtelijk voelend in de leefwereld. Deze mensen hebben een begrensd Bewust-Zijn omdat ze slechts vijf zintuigen gebruiken.
Mensen die hun Happerceptieve Sensitiviteit optimaal hebben ontwikkeld leven bewust ruimtelijk voelend in de leefwereld. Deze mensen hebben een ontgrensd Bewust-Zijn omdat zij zes zintuigen gebruiken.
Bij veel kinderen is deze Happerceptieve Sensitiviteit nog intact, wat blijkt uit het volgende voorbeeld. Jaren geleden gaf ik aan kinderen uit groep acht van de basisschool een les over de zintuigen. Ik legde uit wat het verschil is tussen aanraken (tactiel vermogen) en voelen (ruimtelijk vermogen). Waarop een sensitieve jongen – Kelly – spontaan reageerde en het volgende vertelde: ‘Wat u zegt over dat ruimtelijk voelen klopt meneer, want als ik met mijn vriendje in de tuin aan het spelen ben en ik doe mijn ogen dicht, dan kan ik toch precies voelen waar hij is’.

De Haptonomie is de enige wetenschap waarin het voelen (happerceptieve sensitiviteit) en het aanraken (psycho-tactiel-contact) centraal staan. Maar de Haptonomie legt niet uit wát wij precies voelen van elkaar en waarmee wij voelen tijdens onze ontmoetingen, contacten en relaties met onze medemensen.
Dat vraagt om een nadere verklaring.

Het lichaam waaruit de mens bestaat, wordt gedefinieerd als een geheel van botten, vlees en organen.

Een zintuig is een orgaan dat een mens of een dier de mogelijkheid geeft een bepaald gedeelte van de werkelijkheid waar te nemen.

De mens heeft niet vijf maar wel degelijk zés zintuigen:

  • Ogen – zien
  • Oren – horen
  • Neus – ruiken
  • Mond – proeven
  • Huid – tasten (tactiel vermogen)
  • Zenuwstelsel – voelen (ruimtelijk vermogen)

Neurologen hebben ontdekt dat de rechterhelft van de hersenen gespecialiseerd is in het ruimtelijk voelen terwijl de linker hersenhelft gespecialiseerd is in het analyseren.

Het menselijke zenuwstelsel bestaat uit de hersenen met alle zenuwen in het lichaam. De Plexus Solaris is de grote zenuwvlecht in de maagstreek en is dus ook een onderdeel van het zenuwstelsel.
Het menselijke zenuwstelsel is een orgaansysteem en het zésde zintuig waarmee ieder mens op aarde ruimtelijk voelend leeft. Niet zomaar een zintuig, maar om het in de terminologie van onze enthousiaste bioloog dr. Freek Vonk te zeggen: een Super-Zintuig!

De Menselijke Geest is een complex van chemie, energie en informatie. Waarom?
De mens wordt door wetenschappers een chemisch fabriekje genoemd waarin allerlei chemische processen plaatsvinden. We kennen allemaal wel uitspraken als: ‘De chemie tussen de coach en de tennisprofessional was optimaal’ of ‘Er was totaal geen chemie tussen de voetbaltrainer en zijn team’.
Maar de mens is ook een energiecentrale. We herkennen uitspraken zoals: ‘Die zanger straalt zoveel positieve energie uit’ of ‘Die vrouw straalt zoveel negatieve energie uit dat ik versleten ben als ik bij haar op visite ben geweest’.
Maar mensen wisselen ook onbewust informatie uit tussen elkaar. Dit noemen we de non-verbale communicatie.
Voorbeeld: Het is zondagmiddag en Henk en Ingrid zijn thuis. Henk bladert wat in de Autovisie en Ingrid loopt te stoffen. Henk denkt: ‘Ik heb straks wel zin in chinees bij Studio Sport’ en Ingrid zegt een fractie van een seconde later: ‘Henk zullen we straks chinees eten?’ Dan zeggen de meeste mensen tegen elkaar: ‘Goh, dat is ook toevallig, dat dacht ik ook net!’
Dat is niet toevallig want de Geest van Henk zit ook in de hersenen van Ingrid en haar Geest zit ook in de hersenen van Henk. De informatie van Henk was al razendsnel aangekomen in de hersenen van Ingrid en hoefde door Ingrid slechts uitgelezen te worden.

Onze individuele Geest zetelt in de kruin van de hersenen en wij stralen onze Menselijke Geest levenslang uit ons lichaam via de Plexus Solaris (de grote zenuwvlecht in de maagstreek) waardoor ieder mens een uniek individueel Geestveld uitstraalt. Maar naast onze individuele Geest zitten er nog veel meer Geesten in onze hersenen. De Geesten van onze ouders, grootouders, wellicht voorouders, partner, broer(s), zus(sen), familieleden, vrienden, leraren, klas-en studiegenoten, buren, collega’s, zakenpartners, bekenden, onbekenden, enz.
De Geesten van alle mensen die we kennen zitten opgeslagen in onze hersenen. In die Geesten zit alle informatie die we hebben over die personen.
Wanneer mensen elkaar ontmoeten en met elkaar communiceren dan vinden die ontmoetingen altijd plaats in de onzichtbare Geestvelden van die personen waardoor er een voortdurende ruimtelijke uitwisseling plaatsvindt van die Geesten tussen de zenuwstelsels. Bij de meeste mensen gebeurt dit in het onderbewustzijn.

De subtiele ruimtelijke uitwisseling van Menselijke Geesten tussen de zenuwstelsels van mensen die met elkaar communiceren is zo oud als de mensheid en staat aan het fundament van ons Mens-Zijn. Dit subtiele ruimtelijke uitwisselingsproces begint als we worden geboren en eindigt als we sterven. Dit proces vindt tussen alle mensen plaats die met elkaar communiceren en het is net zo natuurlijk als ademen.

Dus overal waar u bent straalt u uw hele leven lang uw unieke individuele Geestveld uit. Of u nu binnen of buiten bent, u straalt altijd chemie, energie en informatie uit, net zoals ruim 7,7 miljard andere mensen!

Mensen met een gezond lichaam en een gezonde Geest in de kruin van hun zenuwstelsel stralen daardoor een gezond individueel Geestveld uit. Het unieke individuele Geestveld vertegenwoordigt de psycho-somatische gezondheid van ieder mens en kan zowel heilzaam zijn (wanneer we gezonde Geesten van de medemens accumuleren in het zenuwstelsel) als ziekmakend (wanneer we ongezonde Geesten van de medemens accumuleren in het zenuwstelsel).
De kwaliteit van de Menselijke Geest kent een psycho-somatisch optimum (kerngezond) en een psycho-somatisch minimum (doodziek). Tussen deze twee kwalitatieve uitersten leeft de gehele mensheid die bestaat uit soevereine beschavingen, unieke culturen, etnische stammen, sociaaleconomische klassen en talloze groepen.

Door het subtiele ruimtelijke uitwisselingsproces van menselijke Geesten tussen de zenuwstelsels van mensen die met elkaar communiceren bouwen we gedurende ons leven een palet aan verschillende gevoelens en emoties op.
Door dit subtiele ruimtelijke uitwisselingsproces kunnen mensen vlinders in hun buik voelen fladderen als ze elkaar verliefd aankijken en kunnen ze warmte voelen stromen in hun zenuwstelsels wanneer ze van elkaar houden. Door dit proces kunnen ouders liefde schenken aan hun kinderen maar ook liefde ontvangen. Door dit subtiele proces kunnen mensen op basis van belangeloze affectiviteit vreedzaam met elkaar samenwonen en constructief met elkaar samenwerken.

Naast het unieke individuele Geestveld van ieder mens heeft iedere unieke cultuur, etnische stam, sociaaleconomische klasse en diverse groepen ook een uniek collectief Geestveld. De leden van iedere unieke cultuur, etnische stam, sociaaleconomische klasse en diverse groepen herkennen elkaar – veelal onbewust – aan de psycho-somatische uitstraling van het collectieve Geestveld van de cultuur, stam, klasse of groep waardoor zij zich affectief verbonden voelen met elkaar.

De Menselijke Geest wordt ook wel heel toepasselijk onze ‘levensadem’ genoemd en daarom kunnen we ook spreken van het ‘ademen’ van ons zenuwstelsel, want:

  • Mensen stralen hun unieke individuele Geest levenslang uit het zenuwstelsel
  • Mensen wisselen voortdurend Geesten ruimtelijk uit tussen de zenuwstelsels
  • Mensen accumuleren voortdurend Geesten van elkaar in hun zenuwstelsels
  • Wanneer mensen zich verplaatsen dan nemen ze de in hun zenuwstelsel geaccumuleerde Geesten van anderen mee
  • Wanneer mensen slapen, mediteren en zich ontlasten dan laten zij de geaccumuleerde Geesten van anderen los uit het zenuwstelsel

Deze subtiele ruimtelijke uitwisselingsprocessen van Menselijke Geesten tussen de zenuwstelsels vinden bij het overgrote deel van de mensheid in het onderbewustzijn plaats omdat de meeste mensen omgaan met andere mensen die over het algemeen op dezelfde psycho-somatische golflengte leven. Want dan voel je de Geestvelden van je medemensen vrijwel niet.
Dit verklaart ook dat wetenschappers die slechts vijf zintuigen hebben ontwikkeld en hun hersenen alleen maar gebruiken om mee te denken, die Geestvelden van hun collega’s ook niet bewust kunnen voelen. Daardoor denken deze wetenschappers dat Menselijke Geesten niet bestaan.

Wanneer de psycho-somatische gezondheid van het unieke individuele Geestveld positief is, dan vinden positieve mensen het ook fijn om hun leefruimte met andere positieve mensen te delen en kunnen ze elkaar ook belangeloos aanraken.
Als de psycho-somatische uitstraling van het unieke individuele Geestveld positief is, dan vinden positieve mensen het ook plezierig om met positieve mensen samen te wonen en samen te werken.
Wanneer de psycho-somatische gezondheid van het unieke individuele Geestveld positief is, dan vinden positieve mensen het niet fijn om hun leefruimte met andere negatieve mensen te delen en willen ze die mensen ook liever niet aanraken.
Als de psycho-somatische uitstraling van het unieke individuele Geestveld negatief is, dan vinden positieve mensen het ook niet plezierig om met negatieve mensen samen te wonen en samen te werken.
Of mensen zich met elkaar kunnen verbinden of elkaar discrimineren wordt op subtiel – veelal onbewust – niveau bepaald door de psycho-somatische gezondheid van het unieke individuele Geestveld dat de mens uitstraalt.

Een bekend Nederlands gezegde luidt: ‘Waar je mee omgaat, wordt je mee besmet’.
Dat klopt! Want doordat mensen die met elkaar communiceren en interacteren voortdurend hun Geesten ruimtelijk uitwisselen tussen de zenuwstelsels en ze die Geesten ook accumuleren en kunnen vast houden in hun hersenen kunnen die Geesten het gevoel en gedrag beïnvloeden.
In de hersenen van de schoolmeester zijn de Geesten van zijn jeugdige leerlingen voortdurend aanwezig. In de hersenen van de verpleegkundige zijn de zieke Geesten van haar patiënten voortdurend aanwezig. In de hersenen van de strafrechtadvocaat zijn de Geesten van zijn criminele cliënten voortdurend aanwezig. In de hersenen van de psychiater zijn de Geesten van zijn psychiatrische patiënten voortdurend aanwezig. In de hersenen van de oncoloog zijn de Geesten van zijn zieke kankerpatiënten voortdurend aanwezig. In de hersenen van de bakker zijn de Geesten van zijn vaste klanten voortdurend aanwezig. Enz. enz.

Door de optimale ontwikkeling van mijn Happerceptieve Sensitiviteit ben ik mij al 30 jaar bij iedere ontmoeting met de medemens bewust van zijn gezonde of ongezonde Geest die via de Plexus Solaris mijn zenuwstelsel binnenkomt. Door introspectie ben ik mij bewust wat die Geest kwalitatief met mij doet en wanneer ik weer alleen ben kan ik door middel van meditatie voelen of die Geest ook weer loslaat uit mijn zenuwstelsel. Zo optimaliseer ik al 30 jaar mijn gezondheid en bewaak ik mijn kwaliteit van leven succesvol.

Vervolgens heb ik mijn Happerceptieve  Sensitiviteit gekoppeld aan de onderzoeksmethode van de culturele antropologie, de participerende observatie. De participerende observatie is een vorm van sociaalwetenschappelijk onderzoek waarbij de onderzoeker tijdelijk deel uitmaakt van de cultuur, stam klasse of groep die hij wil bestuderen.
Door deze creativiteit ontstond een unieke innovatieve methode van onderzoek die ik de Happerceptieve Participerende Observatie (HPO) noem.
Met de Happerceptieve Participerende Observatie verricht ik voortdurend onderzoek in vele domeinen van de Nederlandse multiculturele samenleving naar de subtiele ruimtelijke werking en wetmatigheden van de Menselijke Geest. Hierdoor kan ik o.a. het volgende verklaren:

  • Oude mysteriën, zoals wat is ‘God?’, hoe werkt de bezieling van een kindje? en wat is Verlicht Zijn?
  • Actuele fenomenen, zoals gewetenloosheid, criminaliteit en bendevorming
  • Affectieve aandoeningen, zoals affectieve deprivatie en eenzaamheid
  • Psychische aandoeningen, zoals verwardheid, stress, burn-out, depressie, psychose en suïcide
  • Neurodegeneratieve aandoeningen, zoals de ziekte van Alzheimer
  • Somatische aandoeningen, zoals Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK)

De essentie van de Haptonomie is de belangeloze affectiviteit.
Wanneer je de menselijke affectiviteit tracht te valoriseren, dan ben je ontrouw aan de essentie van de Haptonomie omdat de zuivere menselijke liefde per definitie belangeloos is!
Wij leven in een wereld waarin het marktdenken of rendementsdenken centraal staat. Dit is de wereld van de effectiviteit. In het specifieke taalgebruik van de Haptonomie zijn de begrippen affectiviteit en effectiviteit elkaars tegenpolen. Ze sluiten elkaar per definitie uit omdat steeds meer effectiviteit implementeren in organisaties er voor zorgt dat de affectiviteit langzaam maar zeker uitdoofd.
Onze veelal kleinschalige affectief-sociale netwerken zijn gebaseerd op belangeloosheid. De veelal grootschalige effectief-economische netwerken zijn gebaseerd op (perverse) belangen.

Een belangrijk voorbeeld van ziekmakende effectiviteit is de institutionele schaalvergroting in alle denkbare domeinen van de multiculturele samenleving.
Wanneer je een school, zorginstelling, politieorganisatie, commercieel bedrijf, land of unie van staten zoals de Europese Unie steeds effectiever gaat besturen dan dooft op de lange termijn de menselijke affectiviteit uit. Kleinschaligheid is een essentiële voorwaarde voor de optimale ontwikkeling van de affectieve vermogens!
Want belangeloze affectiviteit is het bind- en smeermiddel tussen leraren en hun leerlingen, tussen verpleegkundigen en hun patiënten, tussen agenten en de burgers, tussen werkgevers en hun werknemers, tussen Nederlandse politici en de Nederlanders maar ook tussen Europolitici en de Europeanen.

Het ultieme voorbeeld van effectiviteit is de globalisering van de liberale markteconomie.
Deze ideologie is een effectief systeem waarin de dominantie van rationaliteit, effectiviteit, economisme en materialisme centraal staan. Deze economische vechtmachine pleegt een ongekende roofbouw op de mens en de planeet. Dit systeem zorgt er voor dat één procent van de mensheid steeds rijker wordt terwijl het met een groot gedeelte van dit mensdom niet beter gaat.
Wij hebben dit degeneratieve lineaire economische systeem zelf gecreëerd, dus kunnen wij dit systeem ook weer transformeren in een regeneratief circulair economisch systeem waarin affectiviteit, humaniteit, de menselijke maat en duurzaamheid centraal staan.

Volgens de Haptonomie gaat effectiviteit altijd ten koste van de menselijke affectiviteit. Wanneer de affectiviteit uitdooft worden mensen op den duur ongelukkig, boos en ziek. Dat kost samenlevingen uiteindelijk astronomische bedragen maar de enige reflex van bestuurders op de toenemende zorgkosten is nóg meer ziekmakende effectiviteit implementeren waardoor organisaties, systemen en samenlevingen in een neerwaartse spiraal terechtkomen.

Ieder mens op aarde straalt via de Plexus Solaris een uniek individueel Geestveld uit. De ontmoetingen en interacties tussen mensen in de leefruimte vinden dus altijd plaats in die onzichtbare individuele en collectieve Geestvelden.

Wanneer een patiënt naar het consult van een alternatief genezer, een complementair behandelaar, de huisarts of een medisch specialist gaat, dan is dit in de regel een één-op-één-ontmoeting. De patiënt komt tijdens het consult in de behandelruimte waar het unieke individuele Geestveld van die behandelaar dominant is. De psycho-somatische gezondheid van het unieke individuele Geestveld van de behandelaar bepaalt of die ontmoeting door de patiënt als een plezierig of als een onplezierig consult wordt ervaren.
Een gezonde psycho-somatische uitstraling van een medicus is heilzaam voor zijn patiënt maar een ongezonde psycho-somatische uitstraling van een medicus is ziekmakend voor zijn patiënt. Uiteraard ook hier weer met talloze subtiele nuances tussen de beide uitersten.
Boer Krelis die zeer gezond is en de hele dag met zijn zenuwstelsel in de natuur werkt, straalt letterlijk een gezond en positief individueel Geestveld uit zijn zenuwstelsel dat vele malen heilzamer kan zijn dan het individuele Geestveld van een psychiater die de hele dag in de kliniek met zijn hoofd bezig is en waarvan zijn zenuwstelsel vol zit met zieke en ziekmakende Geesten van zijn psychiatrische patiënten.
Het programma ‘Boer zoekt vrouw’ is niet voor niets zo populair bij Nederlandse vrouwen!

Wanneer er tijdens het consult ook nog sprake is van belangeloos affectief contact en de heilzame Geest van een medicus of psychiater na meerdere behandelingen dominant wordt in de hersenen van de patiënt, dan kunnen de zieke Geesten loslaten uit het zenuwstelsel waardoor de patiënt, indien deze nog niet onherstelbaar ziek is, kan genezen.
Dit verklaart waarom sommige alternatieve behandelaren met een zeer gezond psycho-somatisch Geestveld in uitzonderlijke gevallen in staat zijn om een remissie te bewerkstelligen bij zeer zieke mensen, die bijvoorbeeld kanker hebben, terwijl de reguliere geneeskunde geen heil meer ziet in verdere behandeling.
Het is in heel veel gevallen het belangeloze affectieve psycho-tactiele-contact en de gezonde psycho-somatische uitstraling van het individuele Geestveld van de alternatief genezer, de complementair behandelaar, de huisarts, de medisch specialist of de psychiater die een onbewuste heilzame werking heeft op de patiënt en niet het poedertje, zalfje, pilletje, drankje of naaldje.
Het succes van het placebo-effect is dus gebaseerd op de gezonde en heilzame psycho-somatische uitstraling van welke behandelaar dan ook.

Het zou een goede zaak zijn wanneer aankomende huisartsen en medisch specialisten zich tijdens hun opleiding geneeskunde ook zouden scholen in de wetenschap van de affectiviteit, zodat zij tijdens hun consulten, behandelingen en operaties op een meer empathische wijze in belangeloos affectief contact zijn met hun patiënten.
Leren hoe je enerzijds een empathisch medicus kunt zijn voor je patiënten en hoe je anderzijds je gezondheid kunt leren bewaken is heel belangrijk. Want ook huisartsen en medisch specialisten kunnen zoveel negatieve en zieke Menselijke Geesten van hun patiënten accumuleren in hun zenuwstelsels, dat zij daardoor stress, burn-out, psychische problemen en zelfs ernstiger ziekten kunnen krijgen.
Voorkomen dat huisartsen tijdens hun loopbaan verslaafd raken door de toenemende stress en jonge medisch specialisten door de te hoge werkdruk al snel weer stoppen met hun mooie, belangrijke en verantwoordelijke beroep is letterlijk van levensbelang voor zowel medici als patiënten.

In het Nederlandse onderwijs is er van het basis tot het wetenschappelijke onderwijs sprake van een institutionele schaalvergroting die ver voorbij de menselijke maat is. Een te hoge verdichting van schoolkinderen, studenten en onderwijzend personeel zorgt voor de accumulatie van meer menselijke Geesten in het zenuwstelsel waardoor allerlei onbegrepen affectieve, psychische, neurologische en somatische aandoeningen kunnen ontstaan.
Tevens vindt er van de basisschool tot aan de universiteit een eenzijdige conditionering plaats van de effectiviteit waardoor de affectiviteit van schoolkinderen, studenten en onderwijzend personeel uitdooft.
Door de institutionele schaalvergroting en de doorgeslagen effectiviteit zijn er momenteel schrikbarend veel schoolkinderen die lijden aan affectieve deprivatie, leer- en gedragsstoornissen. Het aantal studenten die lijden aan stress, burn-out, depressie, verslavingen en zelfs last hebben van suïcide gedachten is zo groot dat er wachtlijsten zijn voor psychotherapie. De psychologen zijn niet aan te slepen en zij spreken zelfs over ‘een verloren generatie’. Het stressgerelateerde ziekteverzuim van het onderwijzend personeel is, van de basisschool tot de universiteit, veel te hoog.

De psychiater dr. Anna Terruwe is de grondlegger van de bevestigingsleer. Deze vernieuwende psychiater zette in de jaren ’50 de frustratieneurose op de kaart. Wanneer sensitieve en begaafde schoolkinderen, studenten en volwassenen niet voldoende affectief worden bevestigt, dan ontstaat de frustratieneurose!

De minister van Onderwijs en Wetenschappen is de eindverantwoordelijke voor dit effectieve onderwijsbeleid en zij moet gaan beseffen dat het onze menselijke affectiviteit is die onze essentie vormt, níet de effectiviteit. Het is onze menselijke affectiviteit die de bron is van onze levenslust, authenticiteit, verbeeldingskracht, waarheidsvinding, wijsheid, ethiek en belangeloosheid, níet de effectiviteit. Het is onze menselijke affectiviteit waardoor docenten,  schoolkinderen en studenten op basis van belangeloze affectiviteit constructief met elkaar kunnen samenwerken, níet de effectiviteit. Want het is níet de effectiviteit maar onze menselijke affectiviteit die het fundament en het cement vormen van een gezonde, affectieve en beschaafde onderwijswereld!

Home